Het sociaal leenstelsel is ingevoerd en dit brengt veel veranderingen met zich mee. Om het de student wat makkelijker te maken: op deze website kunt u alles vinden omtrent het sociaal leenstelsel, het aflossen van de studieschuld en alternatieve opties op het gebied van studeren. Waar heeft de student recht op en hoe kan de student het ‘studeren’ financieren?

De nieuwe studiefinanciering
Het parlement heeft op 20 januari 2015 het wetvoorstel ‘studievoorschot’ aangenomen. Dit betekent dat de studiefinanciering voor studenten van hbo en universiteit gaat veranderen. Het nieuwe stelsel, het sociaal leenstelsel, gaat in vanaf het studiejaar 2015-2016 (1 september 2015).

Er gaat veel veranderen voor studenten die vanaf 1 september gaan beginnen aan hun bachelor of master. De studiefinanciering kent hoofdzakelijk twee onderdelen: de basisbeurs en de aanvullende beurs. Daarnaast is er een studentenreisproduct (OV). Voorheen was de basisbeurs een gift, vanaf 1 september 2015 vervalt dit en moet een dergelijk geleend worden.

Let op: de regelgeving mbt studiefinanciering is recentelijk gewijzigd. Raadpleeg DUO voor de actuele informatie.

Het sociaal leenstelsel kort samengevat

Het sociaal leenstelsel bestaat uit 4 onderdelen: een lening, een aanvullende beurs, een studentenreisproduct en het collegegeldkrediet.

De basisbeurs is komen te vervallen en is nu een bedrag dat studenten alleen nog kunnen lenen: het studievoorschot. Studenten kunnen in de toekomst wel een hoger bedrag per maand lenen. Het aangaan van een lening is uiteraard niet verplicht.

De aanvullende beurs blijft wel bestaan. De hoogte van de aanvullende beurs verandert daarnaast positief. Jongeren waarvan de ouders een relatief laag inkomen hebben, krijgen een extra bedrag, de aanvullende beurs. De aanvullende beurs is en blijft een gift wanneer de student binnen tien jaar zijn of haar diploma haalt. De eventuele lening moeten zij wel gewoon terugbetalen.

Het studentenreisproduct (de ov-kaart voor studenten) blijft ook bestaan. Er verandert niets aan het product. Mbo-studenten onder de achttien jaar krijgen in de toekomst ook recht op het studentenreisproduct (zie overzicht maatregelenlink).

Studenten mogen in de toekomst onbeperkt bijverdienen, dit gaat niet ten koste van de hoogte van je aanvullende beurs.

Studievoorschot

Het studievoorschot kort samengevat: Het studievoorschot is niets anders dan een lening. Studenten kunnen dit geld gebruiken voor levensonderhoud en collegegeld.

De basisbeurs, een gift van de overheid, verdwijnt. Voor uitwonende studenten was dit maandelijks €286,15, voor thuiswonende studenten was dit €102,77. Dit bespaart de overheid jaarlijks ongeveer één miljard euro. De overheid wil met dit bespaarde bedrag het onderwijs in de toekomst een kwaliteitsimpuls geven.

Studenten die vanaf 1 september beginnen met studeren kunnen daarentegen extra veel geld lenen, zodat zij hun dure studentenleven toch kunnen betalen. Er kan maximaal €1016,- per maand geleend worden. Het bedrag van € 1.016,- is inclusief een eventuele aanvullende beurs.

Collegegeld
In Nederland kennen we twee soorten collegegeld: het wettelijk collegegeld en het instellingscollegegeld. Bijna alle studenten betalen collegegeld dat gelijk is aan de hoogte van het wettelijk collegegeld. Voor het studiejaar 2015-2016 is dat € 1.951,-.De overheid bepaalt elk jaar de hoogte van het wettelijk collegegeld. De laatste jaren is dit bedrag alleen maar gestegen, in het studiejaar 2014-1015 was het wettelijke collegegeld €1.906.

Hogescholen en universiteiten kunnen instellingscollegegeld vragen, dat bedrag is meestal hoger dan het wettelijk collegegeld. Je betaalt dan bijvoorbeeld €2.000 in plaats van €1.951.

Voor het betalen van collegegeld kan niet nog eens een extra lening (collegegeldkrediet) worden afgesloten. Het collegegeld dient dus betaald te worden van het geleende geld of de eventuele aanvullende beurs.

Aanvullende beurs
De overheid verwacht dat er drie partijen bijdragen aan het betalen van jouw studie: jijzelf (d.m.v. een bijbaan of lening), je ouders of verzorgers en de overheid zelf (d.m.v. een aanvullende beurs en een studentenreisproduct). De student heeft recht op een aanvullende beurs wanneer zijn of haar ouders te weinig verdienen om voldoende bij te kunnen dragen aan het betalen van de studie.

De aanvullende beurs blijft als prestatiebeurs bestaan. Wanneer je binnen 10 jaar je diploma haalt geldt de aanvullende beurs als gift en hoef je dus niks terug te betalen. De studenten waarvan de ouders samen 2 jaar terug een lager verzamelinkomen hadden dan €48.000, hebben recht op een aanvullende beurs.

De aanvullende beurs wordt verhoogd met maximaal €128 per maand voor thuiswonende en €107 per maand voor uitwonende studenten. Hoe minder je ouders verdienen, des te meer aanvullende beurs je kunt ontvangen tot een maximum van €365 per maand. Daarnaast zijn er nog twee andere factoren die de hoogte van het bedrag bepalen. Hebben je ouders nog studieschuld? Ook het aantal telkinderen (broertjes of zusjes die nog niet studeren) is belangrijk.

Studenten waarvan de ouders 2 jaar terug een verzamelinkomen hadden dat lager was dan €30.000, hebben maandelijks recht op de maximale aanvullende beurs (€365).

Let op: het studievoorschot en de aanvullende beurs kunnen samen nooit meer dan €1016 zijn.

Het studentenreisproduct

Het studentenreisproduct zoals we dit nu kennen verandert niet. Wel ontvangen mbo’ers die jonger zijn dan 18 jaar vanaf uiterlijk 2017 ook een studentenreisproduct.

De prestatieregeling blijft bestaan voor de aanvullende beurs en de OV-kaart. Je zult dus (nog steeds) binnen tien jaar je diploma moeten halen om de kosten van deze twee ‘producten’ om te laten zetten in een gift. Haal je geen diploma, dan moet je de kosten van het studentenreisproduct terugbetalen.

De student mag tijdens de nominale studieduur plus één jaar gebruik maken van het studentenreisproduct. De nominale studieduur is de ‘normale’ duur van de studie (dus zonder vertraging). Je hebt recht op één jaar extra profijt, waardoor je maximaal één jaar vertraging mag oplopen.

Op welke dagen kan ik met mijn studentenreisproduct reizen?
De student kan kiezen voor een week of weekend OV-kaart. Met een week studentenreisproduct kun je gratis op doordeweekse dagen reizen, tijdens het weekend of op feestdagen* reis je met 40% korting. Met een weekend studentenreisproduct kun je gratis reizen vanaf vrijdag 12.00 uur tot maandag 09:00 uur. Daarnaast reis je doordeweeks met 40% korting.

In de zomerperiode gelden er andere regels, de student kan gedurende deze periode (ongeveer halverwege juli tot halverwege augustus) met 40% korting reizen.

*Feestdagen:
Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, eerste en tweede Paasdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag (NS, 2014)

Maatregelen sociaal leenstelsel

 

1

Basisbeurs wordt lening

De basisbeurs wordt afgeschaft. Je kunt het bedrag voortaan lenen bij DUO. Daarmee vervalt ook het verschil tussen uitwonend en thuiswonend: alle studenten krijgen hetzelfde budget.

2

De aanvullende beurs wordt hoger

De aanvullende beurs gaat omhoog. Studenten met minder draagkrachtige ouders hebben nu recht op een aanvullende beurs. Die aanvullende beurs blijft gewoon bestaan. Vanaf 1 september 2015 wordt de maandelijkse aanvullende beurs ruim € 100,- hoger.

3

Bijverdiengrens wordt afgeschaft

Studenten die onder het nieuwe stelsel van studiefinanciering vallen, mogen vanaf 1 september 2015 onbeperkt bijverdienen. Dit betekent dat de bijverdiengrens in het kalenderjaar 2015 pas ná 1 september mag worden overschreden.

4

Kwijtschelding wegens medische omstandigheden

Studenten die onder het nieuwe stelsel van studiefinanciering vallen en door medische omstandigheden studievertraging oplopen, behouden het recht op een jaar extra studiefinanciering. Nieuw is dat ze een kwijtschelding krijgen van maximaal € 1.200,-, als het diploma binnen 10 jaar wordt gehaald na de start van de studie (bachelor of master). De aanvraag gaat via de studentendecaan.

5

‘Vouchers’ voor bijscholing

Studenten die voor het eerst gaan studeren aan hbo of universiteit tussen studiejaar 2015-2016 tot en met 2018-2019 krijgen een voucher voor nascholing of bijscholing bij het behalen van hun diploma. Deze ‘tegoedbon’ bedraagt ongeveer € 2.000,-. Het tegoed kan 5 tot 10 jaar na het halen van het diploma gebruikt worden.

Vanaf 1 januari 2016

6

Meer tijd om af te lossen

De verplichte aflosfase gaat met ingang van 1 januari 2016 van 15 jaar naar 35 jaar. Wie minder verdient dan het minimumloon hoeft niet af te lossen. Bovendien hoef je maandelijks nooit meer dan 4% van het extra inkomen boven het minimumloon terug te betalen. Dit is nu maximaal 12%.

7

Eenvoudige procedure bij inkomensdaling

Met een inkomensdaling in een recenter inkomensjaar wordt rekening gehouden. De enige voorwaarde is dat het inkomen met ten minste 15% is gedaald.

8

Partnertoeslag verdwijnt

De partnertoeslag komt te vervallen.

9

Uitbetaling achteraf mogelijk

Achteraf studiefinanciering aanvragen of verhogen wordt mogelijk.

Vanaf 1 januari 2017

10

Lenen voor studie voor iedereen tot 55 jaar

Iedereen tot 55 jaar kan geld lenen voor een studie.

11

Studentenreisproduct voor minderjarige MBO’ers

Ook mbo’ers die jonger zijn dan 18 kunnen een studentenreisproduct krijgen. Deze maatregel wordt per 1 januari 2017 ingevoerd, mogelijk eerder.

Het sociaal leenstelsel betekent lenen, lenen en nog eens lenen. Het is dan ook reëel dat je na de studie met een flinke studieschuld zit. Daar staat echter wal wat tegenover: vanaf 2016 mag je 35 jaar doen over het aflossen van je studieschuld, eerder had de ex-student hier 15 jaar de tijd voor.

Het maandelijkse aflosbedrag is in principe nooit meer dan 4% van je inkomen. Je moet beginnen met aflossen wanneer je minimaal het minimumloon verdient. Wanneer je maandelijks meer aflost dan 4% van het inkomen, ben je sneller schuldenvrij. Dit betekent dat je minder lang (en steeds minder hoge) rentebedragen betaalt. Daarnaast kun je gebruik maken van maximaal vijf ‘jokerjaren’: wanneer het financieel minder gaat, kan het aflossen van de studieschuld een jaar lang worden stopgezet.

Rente

Het rentepercentage in 2015 bedraagt 0,12 procent op jaarbasis. Dit rentepercentage is gerelateerd aan de overheidsrente. De overheidsrente is langer dan de rente bij banken. Het rentepercentage wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld door de overheid op 1 januari. Je krijgt tijdens de eerste vijf van je aflosperiode te maken met het rentepercentage dat in het jaar na je recht op studiefinanciering geldt.

Eindigt je recht op studiefinanciering in 2018? Dan geldt de eerste vijf jaar het rentepercentage van 2019.

Laatste jaar studiefinanciering Begin rentevaste periode Eind rentevaste periode Rentepercentage
2014 01-01-2015 31-12-2019 0,12%
2013 01-01-2014 31-12-2018 0,81%
2012 01-01-2013 31-12-2017 0,6%

Dus stel dat je in 2015 begint met het aflossen van je studielening, dan betaal je in ieder geval tot 31-12-2019 elke maand 0,12 procent rente over de openstaande schuld. Daarnaast los je natuurlijk maandelijks een deel van je schuld af.

Hoeveel rente betaal ik?

In dit voorbeeld wordt de schuld in 180 maanden (15 jaar) afgelost. In de kolommen ‘rente %’ zie je het totale bedrag dat je aan rente betaalt gedurende de gehele aflosfase.

Bedrag Rente 1% Rente 2% Rente 3% Rente 4% Rente 5%
< 10.000 45,41 45,41 45,41 45,41 45,41
€10.000,- 59,83 64,27 68,86 73,61 78,50
€15.000 89,74 96,40 103,30 110,42 117,75
€25.000 149,57 160,67 172,16 184,03 196,26
€50.000 239,32 275,45 275,45 294,44 314,01

Wanneer je studieschuld €15.000 is en het rentepercentage 1%, dan betaal je uiteindelijk: €15.000 + €89,74 = €15089,74.