Het verrichten van werk in loondienst bij een werkgever gebeurt op basis van een arbeidscontract. Je hebt een arbeidsovereenkomst als aan drie voorwaarden is voldaan: Je ‘verricht (persoonlijk) arbeid’ voor jouw werkgever. Het moet gaan om werk waar de werkgever ook wat aan heeft. Een stage die voornamelijk op je eigen ontwikkeling is gericht, maar waarbij je niet of nauwelijks productief bent voor de werkgever, is geen arbeid. Maar arbeid wil niet zeggen dat je continu druk bezig bent: ook een slaapdienst of werk als nachtwaker is arbeid. Je moet wel verplicht zijn om het werk zelf te doen. Kun je je zonder toestemming door iemand anders laten vervangen, dan is er meestal geen sprake van een

Arbeidsovereenkomst

Jouw werkgever betaalt je loon in ruil voor het werk dat je doet. Meestal is dat een geldbedrag, maar het kan ook gaan om kost en inwoning, bedrijfsaandelen of een opleiding. Fooien van klanten en onkostenvergoedingen zijn geen loon. Jouw werkgever mag je vertellen wat je moet doen en je moet zijn aanwijzingen ook opvolgen. Met een officiële term heet dat een gezagsverhouding. Het gaat erom dat jouw werkgever je aanwijzingen mag geven, niet dat hij dat ook (voortdurend) doet. Dus ook als je veel vrijheid hebt in je werk, kan er sprake zijn van een gezagsverhouding.

Soorten arbeidscontracten

Je kan een arbeidscontract hebben voor bepaalde tijd, voor onbepaalde tijd, of een arbeidscontract op oproepbasis. Bij een arbeidscontract voor bepaalde tijd ben je tijdelijk in dienst, je contract loopt op een bepaalde datum af, bijvoorbeeld bij een jaarcontract. Bij een arbeidscontract voor onbepaalde tijd is dat niet het geval, je hebt dan een ‘vast’ contract.

Bij een contract op oproepbasis werk je als oproepkracht. Je hebt geen vast dienstverband, geen vaste dagen of uren. Je baas roept je op wanneer er werk is. Als oproepkracht kun je ook een ‘min-max’contract hebben. Hierin staat hoeveel uren je minimaal werkt. Voor die gegarandeerde uren ben je in vaste dienst. Daar bovenop ben je beschikbaar voor extra uren. Als oproepkracht ben je een gewone werknemer, met de daarbij behorende rechten en plichten. Dus kun je bij een doorlopend dienstverband ook in het ziekenfonds, heb je recht op vakantie en op het minimumloon. Wanneer je niet meer of minder wordt opgeroepen, is dit ontslag of gedeeltelijk ontslag. Hiertegen kun je bezwaar maken, want ook bij een contract op oproepbasis waarin een minimaal aantal te werken uren is afgesproken, mag je niet zomaar ontslagen worden.

Wat moet er in je arbeidscontract staan?

In je arbeidscontract moeten de volgende onderwerpen zijn opgenomen:

  • naam en woonplaats van de werkgever en de werknemer
  • de plaats waar de arbeid wordt verricht (standplaats)
  • de functie
  • de datum van indiensttreding
  • de duur van de overeenkomst (bepaalde of onbepaalde tijd)
  • de aanspraak op vakantie
  • de opzegtermijn
  • het loon
  • voor hoeveel uur je komt werken (de arbeidsduur)
  • eventueel van toepassing zijnde CAO en pensioenregeling
  • eventueel van toepassing zijnde bedrijfsregeling

Proeftijd arbeidscontract
Om te kunnen kijken of een baan wel bevalt, en om de werkgever een indruk te laten krijgen of de nieuwe werknemer wel geschikt is voor de baan, kan er een proeftijd worden afgesproken. Tijdens de proeftijd van het arbeidscontract kan er zonder opgaaf van reden ontslag worden aangevraagd, door zowel de werknemer als de werkgever. In de proeftijd van het arbeidscontract kan dit door beide partijen worden aangevraagd. Je kunt in je proeftijd ook ontslagen worden als je ziek bent, maar je mag niet ontslagen worden omdat je ziek bent.

Opzegtermijn

De opzegtermijn staat meestal in je arbeidscontract vermeld. De wettelijke opzegtermijn voor jou als werknemer is normaal één maand. Je mag met je werkgever schriftelijk een kortere of een langere opzegtermijn afspreken, maar een wettelijke opzegtermijn mag nooit langer zijn dan zes maanden. De wettelijke opzegtermijn voor de werkgever moet in dat geval minstens twee keer zo lang zijn als die van de werknemer. Hiervan kan per CAO worden afgeweken.

De wettelijke opzegtermijn voor de werkgever is ­­– als er niets is afgesproken tussen de werkgever en de werknemer – afhankelijk van hoelang de werknemer in dienst is:

  • korter dan 5 jaar: 1 maand
  • tussen de 5 en 10 jaar: 2 maanden
  • tussen de 10 en 15 jaar: 3 maanden
  • 15 jaar en langer: 4 maanden

Wat is loon?

Loon, ofwel arbeidsloon of salaris, is de tegenprestatie voor arbeid door de werkgever aan de werknemer en wordt tegenwoordig eigenlijk altijd in geld uitbetaald. Veel bedrijven betalen niet alleen maandelijks het loon uit aan hun werknemers, maar kennen ook nog andere manieren van beloning. Hierbij kan gedacht worden aan een dertiende maand, een jaarlijkse winstuitkering of het ter beschikking stellen van een lease-auto. Ook een vakantietoeslag, feestdagentoeslag en een onkostenvergoeding horen bij loon.

Het uitgangspunt is dat de werkgever loon verschuldigd is, wanneer de werknemer de afgesproken arbeid heeft verricht. Heeft de werknemer niet gewerkt, dan hoeft de werkgever geen loon uit te betalen. Op deze regel zijn enkele uitzonderingen:

  • de werknemer heeft recht op doorbetaling van loon bij ziekte.
  • de werknemer houdt ook zijn aanspraak op loon, wanneer hij niet kon werken als gevolg van een omstandigheid die in de risicosfeer van de werkgever ligt (bedrijfsstoring, calamiteiten die
  • voorzienbaar waren, te weinig orders).
  • Voor jou als werknemer geldt dus dat je recht hebt op doorbetaling van het loon, wanneer je kan aantonen dat je bereid bent of was om de bedongen arbeid te verrichten en je werkgever hiervan geen gebruik heeft gemaakt.

De hoogte van je loon

Meestal wordt het loon in een cao of arbeidsovereenkomst bepaald, waardoor de vraag van belang wordt hoe het loon vastgesteld moet worden. Loon moet in ieder geval altijd een minimale hoogte hebben en moet in beginsel gelijk zijn voor mannen en vrouwen.

Iedereen die werkt, heeft recht op in ieder geval een minimumloon. Lager dan dat bedrag mag je wettelijk niet verdienen. Iedere werknemer tussen de 15 en de 23 jaar heeft recht op het minimumjeugdloon, iedere werknemer tussen de 23 en de 65 jaar heeft recht op het minimumloon. Het wettelijk minimumloon wordt twee keer per jaar aangepast, namelijk per 1 januari en per 1 juli. Je kan altijd de actuele bedragen raadplegen op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid www.szw.nl.

Vakantiedagen

Als je werkt, heb je behalve loon ook recht op vakantie. Je hebt minimaal recht op vier keer het aantal dagen dat je in een week werkt. Als je vijf dagen in een week werkt, heb je dus recht op twintig vakantiedagen. Wel is het zo, dat je vakantiedagen opbouwt in een jaar. Als je ergens korter dan een jaar in dienst bent, worden je vakantiedagen naar evenredigheid berekend.

Je krijgt je vakantiedagen doorbetaald. Daarnaast heb je ook recht op vakantiebijslag. Deze bijslag is acht procent van je bruto jaarsalaris en wordt meestal 1x per jaar uitbetaald. In een cao kunnen andere afspraken staan. Uitzendkrachten of vakantiewerkers kunnen het vakantiegeld ook per maand krijgen uitbetaald.