Nu je administratie op orde is, is het zaak om je financiën op orde te krijgen. De beste manier om dit te doen is door een begroting te maken. Met een begroting weet je wat er elke maand gemiddeld aan inkomsten binnenkomt en wat je uit kunt geven. Een begroting is altijd uniek en met behulp van een begroting krijg je inzicht in waar je geld blijft.

Zelf een begroting maken

Om een goed inzicht te krijgen in je eigen mogelijkheden, kan je het beste een eigen begroting maken. Het is het makkelijkst om zo’n begroting te maken per maand. De meeste inkomsten ontvangt je waarschijnlijk per maand en ook veel vaste lasten moeten per maand betaald worden. Het is echter belangrijk om een gemiddelde maandbegroting te maken (op basis van meerdere maanden samengesteld) om te kunnen zien of je elke maand uitkomt met je geld. Jouw inkomsten en uitgaven zijn namelijk niet iedere maand even hoog. Hoe kan je nu zelf het beste een eigen begroting maken?

Inkomsten bijhouden

Eerst schrijf je alle inkomsten op. Sommige inkomsten heb je iedere maand. Denk aan studiefinanciering of salaris. Ga bij wisselende inkomsten uit van een gemiddeld maandbedrag. Schrijf deze inkomsten op in een schrift en vermeld in de laatste kolom het maandbedrag. Zorg ervoor dat alle inkomsten meegeteld worden, dus ook de toeslagen van de Belastingdienst (huur- , zorg-, kinder- en/of de kinderopvangtoeslag). Zie hiervoor ook het onderwerp Belasting op deze website. Andere inkomsten krijg je per drie maanden of zelfs per jaar. Hiervan moet je eerst een bedrag per maand uitrekenen. Vakantiegeld (8% over je salaris) krijg je een keer per jaar. Deel dit bedrag door twaalf en schrijf de uitkomst ook op. Je doet hetzelfde met alle andere inkomsten die je niet per maand krijgt. Tel alle inkomsten bij elkaar op. Je weet nu hoeveel inkomsten je gemiddeld per maand hebt.

Uitgaven bijhouden
Vervolgens ga je je uitgaven noteren. Als je naar je uitgaven kijkt, zijn die vaak onder te verdelen in drie aparte categorieën (uiteraard afhankelijk van je woonsituatie en persoonlijke omstandigheden).

2. Vaste lasten
Dit zijn uitgaven die elke maand, kwartaal of jaar terug komen. Denk hierbij aan de volgende uitgaven:

Huur of hypotheek
Energietermijn
Belastingen (OZB, afvalstoffenheffing, waterschapheffing, rioolrecht)
Telefoon/kabel/internet
Premies verzekeringen (ziektekosten, inboedel, W.A. opstal, overige verzekeringen)
Studiekosten (collegegeld, studieboeken)
Contributie verenigingen (sport) of goede doelen
Abonnementen (krant, tijdschrift)
Vervoerskosten (openbaar vervoer of autokosten)

Sommige uitgaven komen iedere maand terug. Dit zijn bijvoorbeeld de huur en de energierekening. Andere uitgaven betaal je eenmaal per jaar. De meeste van deze vaste lasten kun je niet aanpassen, daar kun je niet op bezuinigingen (huur en heffingen bijvoorbeeld). Op andere uitgaven kun je wel (deels) bezuinigingen (op energie door zuiniger om te gaan met gas en elektra) of kun je zelfs helemaal schrappen (door contributie of abonnement op te zeggen).

2. Reserveringsuitgaven
Daarnaast is het belangrijk om voor sommige uitgeven te reserveren, ook omdat je vaak niet weet hoe hoog deze uitgaven zullen zijn. Het gaat om:

Kleding en schoenen
Inventaris (wasmachine, koelkast, televisie, meubels e.d.)
Onderhoud van je huis en tuin
Ziektekosten die niet vergoed worden en eigen risico).
Recreatieve uitgaven (boeken, cd’s, dvd’s e.d.)
Uitgaan
Vakantie

Probeer op basis van een realistische inschatting maandelijks geld te reserveren voor deze uitgaven.

3. Huishoudelijke uitgaven
Het gaat hier om uitgaven als:

Eten en drinken
Was- en schoonmaakartikelen
Persoonlijke verzorging (toiletartikelen, kapper)
Rookwaar e.d.

Sommige uitgaven betaal je een keer per twee maanden of een keer per jaar. Voorbeelden zijn de telefoonrekening en sommige verzekeringspremies. Van deze uitgaven moet je eerst een bedrag per maand uitrekenen. Schrijf ook deze uitgaven op in de laatste kolom van een nieuwe bladzijde in het schrift. Ook de uitgaven tel je bij elkaar op. Je weet nu hoeveel uitgaven je per maand hebt. Als je de uitgaven aftrekt van de inkomsten, dan weet je of je per maand genoeg geld hebt om al je uitgaven te kunnen betalen. Als je geld overhoudt dan is het raadzaam om dit op een spaarrekening te zetten. Als je meer geld uitgeeft dan er maandelijks binnenkomt dan moet je om verdere financiële problemen te voorkomen, gaan bezuinigen. Dit betekent dat je keuzes moet gaan maken en bepaalde uitgavenposten moet gaan verminderen.

Hoe weet je wat je uitgeeft?

Soms heb je geen inzicht in hoeveel geld je uitgeeft aan huishoudelijke uitgaven en recreatieve uitgaven. Kortom; je snapt eigenlijk niet waar je geld blijft. Het bijhouden van een kasboek is een goede manier om bij te houden waar je geld blijft. Probeer eens twee maanden lang alle uitgaven die je doet bij te houden in een schrift. Het geeft je goed inzicht in waar je geld blijft en wat de mogelijke manieren zijn waar je op kan bezuinigen.